• Aardappelsaladespekjes

  • Schwarzwalder-kirsch1

  • Linzenschotel-venkelzaad

  • Tonijnsalade1

Afbeelding-rechts1

Appel-kruimelvlaai

 

Een leuke bezigheid voor de kerstvakantie: zelf een Limburgse vlaai bakken.

Bijvoorbeeld deze overheerlijke appel-kruimelvlaai.

De appeltjes voor de vulling zijn licht gekaramelliseerd. En natuurlijk zijn de kruimeltjes (of greumelkes zoals ze in Limburg zeggen) gemaakt met 100% roomboter.

Veel plezier en geniet van het resultaat!

Appel-kruimelvlaai
  • Zelfgebakken Limburgse vlaai recept Appel-kruimelvlaai
    Appel-kruimelvlaai

    Appel-kruimelvlaai

    Ingrediënten

    Voor een vlaai met een doorsnede van ±32 cm:

    Voor het deeg:

    • 250 gram broodbloem
    • 6 gram gedroogde gist
    • ±1½ dl melk
    • 20 gram suiker
    • 5 gram zout
    • 20 gram zachte roomboter

    Voor de appelvulling:

    • 8 grote jonagold appels
    • 40 gram roomboter
    • 100 gram gele of lichte basterdsuiker
    • 1 eetlepel citroensap
    • 3 eetlepels rum

    Voor de kruimeltjes:

    • 200 gram harde roomboter
    • 200 gram kristalsuiker
    • 300 gram patisseriebloem of patentbloem

    Extra:

    • een beetje bloem voor het bestuiven van het werkvlak
    • boter voor het invetten van de bakvorm
    • 3 eetlepels paneermeel

    Bereidingswijze

    1. Strooi de gist in de beslagkom van een stevige staande mixer. Verwarm de melk tot lauw. Schenk het overgrote deel van de melk bij de gist. Voeg de suiker toe en roer het mengsel goed totdat de suiker is opgelost. Laat het mengseltje enige minuten staan en weeg ondertussen de andere ingrediënten.
    2. Zeef de bloem boven de kom. Strooi het zout erover en voeg de boter toe. Kneed het deeg gedurende minimaal 10 minuten met de kneedhaken van de machine. Voeg eventueel nog wat melk toe. Het deeg moet net niet aan de handen blijven plakken. Om de elasticiteit van het deeg goed te kunnen beoordelen, kun je de laatste paar minuten het beste met de hand kneden. Heb je geen keukenmachine met kneedhaken, stort dan de bloem op het werkvlak en maak er een kuiltje in. Roer in het kuiltje een mengseltje van de gist, de suiker en een beetje melk. Zorg ervoor dat de suiker goed opgelost is. Laat dit mengsel 10 minuten staan. Voeg dan beetje bij beetje de bloem, het zout en de boter toe aan het mengsel. Voeg ook meer melk toe. Kneed het deeg met de handen totdat het elastisch is.
    3. Vorm van het deeg een mooie strakke bol en laat deze tussen twee theedoeken op een warme plaats (bijvoorbeeld in een oven op rijsstand) een halfuur rijzen, totdat hij in volume verdubbeld is. Beboter ondertussen een vlaaivorm met een doorsnede van ±32 cm, bij voorkeur een donker gekleurde vorm met een losse bodem.
    4. Sla de deegbol vervolgens goed plat, zodat alle luchtbellen eruit zijn. Rol hem op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een lap, die iets groter is dan de bakvorm.
    5. Rol de deegplak losjes om de deegrol en breng hem zo over naar de vlaaivorm. Rol hem daar weer af. Druk het deeg goed aan in de vorm. Rol met de deegrol over de rand van de vorm, zodat het overtollige deeg er netjes ‘afgesneden’ wordt. Nu moet het deeg nog een klein uur rijzen.
    6. Tijdens het rijzen kun je aan de slag gaan met de vullingen. Schil voor de fruitvulling de appels en snijd ze grof in blokjes. Smelt 40 gram boter in een wijde pan met een dikke bodem en voeg de gele basterdsuiker toe. Laat de suiker op een laag pitje smelten en licht karamelliseren. Gooi dan in één keer alle appeltjes erbij. Pas op voor spetten. De karamel wordt in eerste instantie hard, maar lost langzaam maar zeker op in de sappen van de appels, wanneer je ze verwarmt. Laat de appels op groot vuur 8 à 10 minuten garen. Roer af en toe. Daarna is een deel van de appels zacht en moesachtig en een deel (de grotere stukjes) heeft nog een bite. Maak de appeltjes op smaak met de rum en het citroensap. Verwarm de appelvulling nog een paar minuten op hoog vuur, zodat wat van het vocht kan verdampen. De vulling mag niet te vochtig zijn. Doe de vulling meteen over in een wijde schaal en laat hem afkoelen.
    7. Het volgende werkje betreft het maken van de kruimeltjes of greumelkes zoals ze in Limburg zeggen. Stort daartoe de suiker en de bloem op het aanrechtblad. Snijd de boter in kleine stukjes en voeg deze toe aan het mengsel. Begin er met kleine kneepjes in te kneden. Ga hiermee zolang door totdat de ingrediënten samenhang vertonen en klonterige kruimels met een onregelmatige structuur vormen, in omvang variërend van enkele millimeters tot zo’n anderhalve centimeter. Zorg ervoor dat alle bloem en alle suiker zijn opgenomen. Stop dan meteen en doe de kruimeltjes over in een kom, die je tot gebruik het beste in de koelkast kunt zetten.
    8. Verwarm de oven voor tot 200°C. Voor het welslagen van de vlaaibodem heb je in verhouding veel onderwarmte nodig. Kies dus bij voorkeur voor een ovenprogramma met extra onderwarmte. Ook de donkere kleur van de bakvorm draagt bij aan de kwaliteit van de vlaaibodem. Werk je niet met een donker gekleurde bakvorm, schuif dan nu al een bakplaat in plaats van een rooster op de onderste richel in de oven. De hitte van de bakplaat geeft hetzelfde effect.
    9. Prik het deeg na de tweede rijs in met een vork. Verdeel er vervolgens het paneermeel overheen. Voeg de appelvulling toe. Tenslotte kunnen de kruimeltjes met gulle hand over de vlaai gestrooid worden.
    10. Zet de vlaai op de bakplaat of het rooster onder in de oven. Bak hem in 25 minuten gaar. Draai de oven eventueel de laatste 10 minuten iets lager als de rand van de vlaai te snel bruint.
    11. Neem de appel-kruimelvlaai na het bakken meteen uit de vorm en laat hem helemaal afkoelen op een rooster alvorens hem op een taartschaal te presenteren.

    Tips:

    1. Deze vlaai smaakt het lekkerste op de dag van het bakken zelf. Een vlaai droogt niet snel uit, dus je hoeft hem niet af te dekken. Een eventueel restje kun je nog minimaal een dag bewaren. Dek de vlaai ’s nachts losjes af en zet hem bij voorkeur niet in de koelkast. De kruimeltjes mogen niet de kans krijgen vocht aan te trekken.
    2. Voor deze vlaai gebruik je idealiter twee verschillende soorten bloem. Voor de bodem heb je broodbloem nodig. Dat is een bloemsoort gemaakt van harde tarwe. Door de grote hoeveelheid gluten in deze bloem rijst het deeg veel beter. Broodbloem koop je bij een bakker die zelf bakt, een groothandel of via internet. Voor de kruimeltjes kun je beter een zachtere bloemsoort gebruiken; dan worden de kruimeltjes mooi bros. Patentbloem uit de supermarkt is prima.
    3. Er schuilt een interessant verhaal achter dit recept! Nieuwsgierig? Lees dan snel het blog over de Limburgse appel-kruimelvlaai dat onze redactrice Machteld schreef voor de website Culinaire Bagage!


    Klik hier voor nog meer Menu op Maat TopTips!