• Geroosterde-kip1
  • Scones-jam-en-room1
  • Zandtaartgebakje-aardbeien2
  • Amuse-gerookte-eend1

Afbeelding-rechts1

Paasmenu voor 10 personen

Dit paasmenu verrast door zijn lichte, zachte smaken. Zowel in het voor- als het hoofdgerecht wordt gebruik gemaakt van mals kalfsvlees. Door de zeer diverse bereidingswijzen hebben de gerechten echter een heel verschillend karakter, al hebben beide een mediterrane inslag. De krokante, fruitige gebakjes maken het geheel helemaal af!

Tip: de feestelijke broodjes bij het voorgerecht kun je zelf bakken. De instructies in het recept zijn duidelijk en overzichtelijk. Heb je wat minder tijd of wil je je liever niet wagen aan het zelf bakken van brood, dan kun je ook kleine zachte dinerbroodjes bestellen bij een goede bakker.

Voorgerecht

  • Vitello tonnato, koude kalfsfricandeau met tonijnsaus
  • Witte dinerbroodjes

Hoofdgerecht

  • Zachtgegaarde kalfssukade met een tomatenjus met marjolein
  • Krokante in ganzenvet gebakken krieltjes
  • Cherrytomaatjes uit de oven

Dessert

  • Zandtaartgebakjes met aardbeienroom en blauwe bessen

Praktisch

  • Boodschappenlijst
  • Werkschema

Voorgerecht

  • Paasmenu Vitello tonnato, koude kalfsfricandeau met tonijnsaus
    Vitello tonnato, koude kalfsfricandeau met tonijnsaus

    Vitello tonnato, koude kalfsfricandeau met tonijnsaus

    Ingrediënten

    • een mooi stuk kalfsfricandeau van ±1 kg
    • 1½ fles smaakvolle droge witte wijn (beknibbel niet op de kwaliteit)
    • 1 grote ui in plakjes
    • 2 middelgrote zoetzure augurken in plakjes
    • 2 ingelegde ansjovisfilets of 3 theelepels ansjovispuree
    • 3 blikken tonijnstukjes in olie, uitgelekt (uitlekgewicht per blik 130 gram)
    • een klein potje kappertjes en eventueel wat kapperappeltjes
    • ±350 ml frisse mayonaise
    • zout en versgemalen zwarte peper

    Bereidingswijze

    1. Schenk de wijn in een pan en voeg de ui, de augurk, de ansjovisfilet, 3 eetlepels kappertjes en wat zout en peper toe. Leg het vlees erbij en laat het minimaal vier uur in de wijn marineren (24 uur is nog lekkerder).
    2. Breng het geheel aan de kook en laat het kalfsvlees in ongeveer 3 kwartier gaar worden. Neem vervolgens het vlees uit de pan en laat het, afgedekt, goed afkoelen.
    3. Kook ondertussen de wijn in tot ongeveer 4,5 dl (zonder de ui en augurk), laat hem even afkoelen en pureer het wijnmengsel samen met de tonijn in de foodprocessor. Maak de saus af met mayonaise en zwarte peper naar smaak.
    4. Als het vlees goed koud is, kan het gemakkelijk met een scherp mes in flinterdunne plakken worden gesneden. Als je die hebt, gebruik dan de snijmachine (de plakjes moeten 1 à 1½ mm dik worden). Leg de plakken in de saus en zorg ervoor, dat ze overal goed bedekt zijn. Zo moet het vlees bij voorkeur nog een dagje staan.
    5. Leg op elk bord dakpansgewijs een aantal plakken. Schep er niet al te veel saus overheen, maar zet wel een kom met saus op tafel, zodat iedereen naar believen meer kan nemen. Garneer de borden met wat kappertjes of kapperappeltjes.

    Tip:

    Serveer de vitello tonnato met de kleine zachte broodjes. De bedoeling is dat je het brood lekker doopt in de saus.

  •  Paasmenu Witte dinerbroodjes
    Witte dinerbroodjes

    Witte dinerbroodjes

    Ingrediënten

    • 10 gram droge gist
    • ±3 dl lauwe volle melk
    • 10 gram suiker
    • 500 gram witte bloem (geen patentbloem; koop broodmeel van iets hardere tarwe bij een bakker die zelf bakt of bij een natuurvoedingswinkel)
    • 10 gram zout
    • 45 gram zachte roomboter
    • 1 ei voor het bestrijken
    • een beetje roomboter voor het invetten van de bakplaat

    Bereidingswijze

    1. Weeg alle ingrediënten af en zet alles klaar om te beginnen. Met name het juiste gewicht aan gist let erg nauw.
    2. Het eerste, dat je vervolgens moet doen, is het reactiveren van de droge gist. Dat klinkt veel moeilijker dan het is. Laten we er in eerste instantie van uit gaan, dat je geen staande mixer hebt. Roer de gist dan samen met de helft van de melk en de suiker in een schaaltje. Zorg ervoor, dat zowel de gist als de suiker goed opgelost zijn. Na enkele minuten beginnen zich belletjes te vormen bovenop het gistmengsel en dat is precies wat je wil.
    3. Stort de bloem op het werkvlak en maak een kuiltje in het midden. Schenk het gistmengsel in het kuiltje, roer er een beetje meel doorheen en laat dit zetsel, zoals dat heet, even staan, totdat er zich nog meer belletjes beginnen te vormen. Vervolgens ga je vanuit het midden steeds meer bloem toevoegen aan het zetsel. Is het mengsel bijna helemaal droog, voeg dan nog een kleine 1,5 dl melk toe evenals het zout en de roomboter. Ga verder met het incorporeren van het meel. Uiteindelijk krijg je een min of meer coherente bal, die je kunt gaan kneden. Trek het deeg van je af uit elkaar tot een rechthoekige lap, vouw die lap dubbel tot een nieuwe bal, draai het deegpakket een kwartslag en begin weer opnieuw en opnieuw en opnieuw...... Voeg eventueel nog wat melk toe. Na ongeveer 10 à 15 minuten flink en intensief kneden heb je een soepel, elastisch deeg, dat precies zoveel vocht bevat, dat het nét niet aan je handen en aan het werkvlak blijft vastplakken.
    4. Maak één grote bol van het deeg. Let erop, dat er nergens naden voorkomen in de bovenkant en de zijkanten van de bal. Alle plooien zitten aan de onderkant. Dan is het tijd voor de eerste rijs.
    5. Zoek een prettige, warme, maar niet hete, plek uit voor de eerste rijs. Sommige ovens hebben een rijsstand. Dan is de keus makkelijk. Je kunt ook de oven heel even aanzetten totdat hij een temperatuur heeft van maximaal 35°C. Bekleed een bakplaat met een theedoek en leg de deegbal erop. Dek de bol af met een andere theedoek. Als je je brood zo laat rijzen, dus onder relatief warme omstandigheden, dan neemt de benodigde volumeverdubbeling van het deeg normaal gesproken niet veel langer dan een half uurtje tijd in beslag.
    6. Voor degenen met een staande mixer is het verhaal veel eenvoudiger. Het reactiveren van de gist doe je meteen al in de kom van de mixer. Schenk de helft van de lauwe melk erin en los de gist en de suiker er goed in op. Laat dit mengseltje 5 à 10 minuten staan en voeg vervolgens de andere ingrediënten toe in deze vaste volgorde: het overgrote deel van de melk, de bloem, het zout en de roomboter. Bevestig de kneedhaak en kneed het deeg gedurende een kleine 10 minuten. Voeg eventueel nog wat melk toe, indien het deeg te droog dreigt te worden. Wij raden je aan het deeg op het laatst toch nog even met de hand te kneden. Dan kun je goed voelen of het elastisch genoeg is en of er voldoende melk doorheen gekneed is. Dit kneden hoeft maar een minuutje of twee te duren, mits je tevreden bent over het resultaat: ook nu geldt, dat het deeg precies zoveel vocht moet bevatten, dat het nét niet aan je handen blijft kleven. Niet meer, maar ook niet minder. Te droog deeg is onhandelbaar en rijst niet goed; te vochtig deeg zakt in tijdens de tweede rijs. Maak vervolgens een bol van het deeg en laat het afgedekt rijzen, zoals hierboven beschreven.
    7. Sla na de eerste rijs de deegbol plat, rol hem strak op tot een dunne worst en verdeel deze met een scherp mes in 32 stukjes. Leg de stukjes onder een theedoek om uitdrogen te voorkomen.
    8. Van elk stukje moet een bolletje gemaakt worden. Het opbollen van kleine broodjes gebeurt met één hand. Rol het bolletje deeg in eerste instantie stevig op het aanrechtblad. Als het eenmaal rond is geworden, maak dan je hand wat boller en ga zachtjes door met rollen. Uiteindelijk krijg je zo een balletje deeg zonder naden aan de bovenkant. Slechts middenonder, waar alle naden samenkomen, bevindt zich een oneffenheid.
    9. Vet één of twee bakplaten in met boter, afhankelijk van de grootte van je oven. Leg de bolletjes op de bakplaat. Ze moeten ruim uit elkaar liggen; anders gaan ze aan elkaar vast rijzen.
    10. Bestrijk de bolletjes met wat in een kopje losgeklopt ei.
    11. Zet de bakplaat op een warme, niet tochtige plaats (liefst weer de lauwe oven) en laat de bolletjes een uur rijzen.
    12. Bak de broodjes gedurende 8 à 10 minuten in een oven, die voorverwarmd is tot 200°C (heteluchtoven) of 220°C (conventionele oven). Tijdens het voorverwarmen moet je de bakplaat natuurlijk even uit de oven nemen en op een andere tochtvrije plek neerzetten. Bak geen twee bakplaten boven elkaar: dan kan het zijn, dat de warmte zich niet egaal verdeelt door de oven. Bak de platen liever na elkaar. Als de broodjes op het einde van de baktijd wat donker beginnen te kleuren, kun je de oven iets lager zetten.
    13. Neem de broodjes van de bakplaat. Controleer ze op gaarheid door op de onderkant te kloppen. Als de broodjes hol klinken, zijn ze gaar. Leg de broodjes op een rooster om af te koelen.

    Tips:

    1. Als je zelf brood bakt, is het essentieel, dat je je exact aan de instructies houdt. De kleinste details zijn elementair voor het welslagen van het brood dat je bakt. De reden hiervoor is, dat gist een levend organisme is, dat hoge eisen stelt aan o.a. de temperatuur, de vochtigheidsgraad en de soort meel die je gebruikt. Bovendien mag gist niet in rechtstreeks contact komen met onopgeloste suiker en zout. De gewichten letten ook zeer nauw.
    2. Als je dat wilt, kun je de broodjes na het bestrijken met het ei nog bestrooien met maanzaad of sesamzaadjes.
    3. Als je op eerste paasdag weinig tijd hebt, kun je de broodjes al eerder bakken. Vries ze dan meteen na afkoeling in en ontdooi ze vlak voor het serveren in de magnetron (een paar minuten op vol vermogen is voldoende voor alle broodjes samen). Als je de broodjes een dag voor Pasen bakt, vries ze dan ook in. Dan smaken ze verser.
    4. Heb je geen tijd om zelf brood te bakken, bestel dan kleine zachte dinerbroodjes bij een goede bakker.

Hoofdgerecht

  • Paasmenu Zachtgegaarde kalfssukade met een tomatenjus met marjolein
    Zachtgegaarde kalfssukade met een tomatenjus met marjolein

    Zachtgegaarde kalfssukade met een tomatenjus met marjolein

    Ingrediënten

    • 10 mooie lapjes kalfssukade à minimaal 200 gram
    • 4 eetlepels pure olijfolie
    • 2 uien
    • 4 stengels bleekselderij
    • 2 takjes bladselderij
    • 6 worteltjes
    • 2 kg pomodori-tomaten
    • 2 eetlepels witte basterdsuiker
    • 8 takjes tijm, licht gekneusd
    • 6 eetlepels rode balsamicoazijn
    • 8 dl kalfsfond (kant-en-klaar)
    • 3 dl droge witte wijn
    • 6 takjes verse marjolein, licht gekneusd of 3 theelepels gedroogde marjolein
    • bouillonpoeder naar smaak
    • ±80 gram koude roomboter, in kleine stukjes gesneden
    • zout versgemalen zwarte peper naar smaak

    Bereidingswijze

    1. Snipper de uien, de bleekselderij, de bladselderij en de worteltjes. Fruit de groenten zachtjes in 2 eetlepels olijfolie totdat de uien glazig zien.
    2. Kruis ondertussen de tomaten in en dompel ze 20 seconden onder in kokend water. Ontvel de tomaten en verwijder de pitjes. Snijd het vruchtvlees grof in stukken.
    3. Voeg de basterdsuiker, de tijm, de balsamicoazijn, de tomaten, de fond en de wijn toe aan de groenten en schep het geheel goed om. Verwarm het kookvocht.
    4. Leg het vlees in het kookvocht. Breng het geheel tegen de kook aan.
    5. Stoof het vlees in 2 à 3 uur heerlijk gaar. Voeg het laatste half uur de marjolein toe. Roer af en toe. Het vlees is goed als het supergaar is en net niet uit elkaar valt.
    6. Neem het vlees uit de pan. Snijd eventueel overtollig vet van de kalfssukade, zodat je mooie stukken krijgt.
    7. Druk de jus door een zeef.
    8. Laat het kookvocht eventueel nog wat inkoken. De saus mag niet te dun zijn. Maak de saus op smaak met wat bouillonpoeder en versgemalen zwarte peper.
    9. Neem de pan van het vuur en klop met een garde beetje voor beetje de roomboter door de saus, zodat die mooi gaat binden. Proef nog een keer en voeg eventueel nog wat zout en/of peper toe.
    10. Verhit de resterende olijfolie in een koekenpan en braad hierin de kalfssukade aan, zodat het vlees aan de buitenkant lekker krokant wordt. Dat vergt maar een paar minuten.
    11. Serveer de sukade met de saus.

    Tip:

    Tot en met stap 8 kun je dit gerecht ruim van tevoren voorbereiden. Verwarm de saus vlak voor het serveren en maak hem verder af met de roomboter.

  • Paasmenu Krokante in ganzenvet gebakken krieltjes
    Krokante in ganzenvet gebakken krieltjes

    Krokante in ganzenvet gebakken krieltjes

    Ingrediënten

    • 2 kg geschrapte krieltjes
    • zout
    • ganzenvet

    Bereidingswijze

    1. Was de krieltjes.
    2. Doe ze over in een pan, bestrooi ze met zout en schenk er wat water bij. Breng het water aan de kook en kook de krieltjes in 10 à 15 minuten nét gaar.
    3. Verhit wat ganzenvet in een koekenpan met anti-aanbaklaag.
    4. Prak een zesde deel van de krieltjes met een vork, zodat er kleine kruimeltjes ontstaan; die worden tijdens het bakken heerlijk krokant.
    5. Bak de krieltjes al omscheppend goudbruin. Proef en voeg eventueel nog wat zout toe.

    Tips:

    1. Dit gerecht kun je ruim voor de maaltijd al bereiden. Warm de krieltjes na het voorgerecht even op een in koekenpan met anti-aanbaklaag.
    2. Ganzenvet kun je kopen bij de poelier.

  • Paasmenu Cherrytomaatjes uit de oven
    Cherrytomaatjes uit de oven

    Cherrytomaatjes uit de oven

    Ingrediënten

    • 1,5 kg rijpe cherrytomaatjes
    • 6 eetlepels extra vergine olijfolie
    • 2 teentjes knoflook, zeer fijn gehakt
    • een ruime hoeveelheid versgehakte tijm, marjolein en basilicum
    • zout en versgemalen zwarte peper

    Bereidingswijze

    1. Neem een grote platte ovenschaal en verdeel de tomaatjes over de bodem. Prik ze met de punt van een scherp mes allemaal op een paar plaatsen in. De smaken van de rest van de ingrediënten kunnen er dan lekker intrekken.
    2. Maak een mengseltje van de olijfolie, de knoflook, de kruiden, wat zout en een beetje peper.
    3. Verdeel de mix over de tomaatjes en plaats de ovenschaal een paar minuten in een oven van 175°C. De tomaatjes zijn klaar als de velletjes openbarsten en ze aan de buitenkant een beetje gaar zijn geworden. Vanbinnen moeten ze nog nét een beetje rauw zijn.
    4. Serveer de tomaatjes meteen.

    Tip:

    De verse kruiden kun je eventueel vervangen door diepvrieskruiden. Gebruik liever geen gedroogde kruiden.

Dessert

Zandtaartgebakjes met aardbeienroom en blauwe bessen
  • Paasmenu Zandtaartgebakjes met aardbeienroom en blauwe bessen
    Zandtaartgebakjes met aardbeienroom en blauwe bessen

    Zandtaartgebakjes met aardbeienroom en blauwe bessen

    Ingrediënten

    Voor ±25 stuks:

    Voor het zandtaartdeeg:

    • 250 gram gezeefde bloem
    • een mespunt zout
    • 100 gram gezeefde poedersuiker
    • 2 ons koude roomboter
    • 2 eierdooiers
    • een beetje bloem voor het bestuiven van het werkvlak
    • een beetje boter voor het invetten van de vormpjes

    Voor de vulling:

    • 6 dl slagroom
    • poedersuiker naar smaak
    • 500 gram aardbeien
    • 250 gram blauwe bessen

    Extra:

    • eventueel nog wat extra rood fruit voor de garnering van de borden
    • kleine taartvormpjes (liefst met losse bodem) met een doorsnede van 7 à 8 cm (je hebt er geen 25 nodig; werk in porties)

    Bereidingswijze

    1. Het deeg wordt heerlijk krokant als je het zo weinig mogelijk bewerkt. Werk daarom snel en alleen met de vingers. Kneed niet met de volle hand. Je kunt er ook voor kiezen het deeg te maken in de foodprocessor. Kneed het deeg dan met korte pulses en laat het niet te lang draaien.
    2. Begin met het vermengen van de bloem, het zout en de poedersuiker.
    3. Snijd de boter in kleine stukjes en kneed die samen met de eierdooiers door het deeg. Het geheel wordt eerst korrelig en gaat daarna steeds meer samenhang vertonen. Vorm meteen een bal van het deeg, zo gauw dat mogelijk is.
    4. Leg het deeg minimaal een uur afgedekt in de koelkast. Koud deeg is veel makkelijker te verwerken.
    5. Vet de taartvormpjes goed in. Strooi wat bloem op het werkvlak. Rol het deeg dun uit. Verdeel het deeg in stukken, die iets groter zijn dan de vormpjes. Bekleed de vormpjes met het deeg. Druk het deeg goed aan aan de zijkanten. Rol met de deegrol over de vormpjes. Zo snijd je het overtollige deeg weg.
    6. Zet de vormpjes minimaal een kwartier in de koelkast om op te stijven. Verwarm ondertussen de oven voor op 180°C (conventionele oven) of 160° (heteluchtoven). Vorm een bal van de deegrestjes en leg deze bal ook weer even in de koelkast. Rol hem opnieuw uit voor de resterende gebakjes. Wellicht moet je dit nog een keer doen na de volgende portie.
    7. Prik het deeg in de vormpjes met een vork op verschillende plaatsen in. Zet de vormpjes op een rooster en bak de gebakjes in 20 minuten goudbruin en gaar.
    8. Neem de gebakjes uit de oven. Het deeg is nog niet meteen krokant. Laat de gebakjes een paar minuten een beetje afkoelen en neem ze vervolgens voorzichtig uit de vormpjes. Plaats ze op een rooster om volledig af te koelen en krokant te worden.
    9. Snijd 7 mooie aardbeien in kwartjes en bewaar deze apart voor de garnering. Was de bosbessen en droog ze met keukenpapier.
    10. Prak de andere aardbeien (niet al te fijn). Doe ze over in een zeef en laat het overtollige vocht zo weglopen.
    11. Klop de slagroom (niet te) stijf met een hoeveelheid poedersuiker naar smaak. Schep de uitgelekte aardbeienmassa met een spatel voorzichtig door de slagroom. Draai daarbij de kom regelmatig. De room hoeft niet egaal roze te worden. Roer niet te lang door: dan schift de slagroom.
    12. Doe de aardbeienroom over in een spuitzak met een breed, glad spuitmondje. Spuit wat slagroom in elk gebakje. Begin met spuiten aan de buitenkant en draai gaandeweg naar het midden. De laag slagroom moet in het midden wat dikker zijn dan aan de zijkant.
    13. Garneer de gebakjes met de bosbessen. Leg in het midden een kwartje aardbei.
    14. Zet op elk bord twee gebakjes en serveer. Eventueel kun je er nog wat fruit omheen leggen. Je kunt ook alle gebakjes op een grote schaal zetten, zodat iedere gast zichzelf kan bedienen.

    Tips:

    1. De gebakjes zijn het allerlekkerste wanneer je ze meteen na het vullen serveert. Je kunt ze echter ook een paar uur van tevoren maken als dat beter uitkomt. Bewaar de gebakjes dan goed afgedekt (liefst onder een stolp) in de koelkast.
    2. Vaak wordt dit soort deeg gebakken met een steunvulling. Dat wil zeggen, dat vóór het bakken op het deeg in de vormpjes een stuk bakpapier wordt gelegd. De gebakjes worden vervolgens gevuld met een zware, droge vulling, zoals oude spliterwten of gedroogde bonen. Halverwege het bakken wordt de steunvulling verwijderd. Op deze manier wordt de bodem mooi egaal. Omdat deze gebakjes zo klein zijn, is een steunvulling echter niet nodig.
    3. Je kunt de bodems voor de zandtaartgebakjes het beste de dag van tevoren al bakken. Bewaar ze in een goed afgesloten trommel (niet in de koelkast).
    4. Heb je (een andere keer) niet zo veel gebakjes nodig, gebruik dan de helft van de ingrediënten voor het deeg. Ga ervan uit, dat je met die hoeveelheid deeg ongeveer tien gebakjes kunt maken, minder dan de helft dus. Dat komt doordat je met een kleinere hoeveelheid deeg in verhouding meer restjes hebt. Je kunt het deeg niet te vaak opnieuw uitrollen.
    5. Heb je geen tijd om de bodems voor de gebakjes zelf te bakken, bestel ze dan bij een goede banketbakker.

Praktisch

  • Boodschappenlijst

    Vlees

    • een mooi stuk kalfsfricandeau van ±1 kg
    • 10 mooie lapjes kalfssukade à minimaal 200 gram

    Groente en fruit

    • 2 kg geschrapte krieltjes
    • 3 uien
    • een bolletje knoflook
    • 2 takjes bladselderij
    • een bos tijm
    • een bos marjolein (of eventueel diepvriesmarjolein)
    • een bos basilicum
    • 4 stengels bleekselderij
    • 6 worteltjes
    • 2 kg pomodori-tomaten
    • 1,5 kg rijpe cherrytomaatjes
    • 500 gram aardbeien
    • 250 gram blauwe bessen
    • eventueel nog wat extra rood fruit voor de garnering van de borden bij het dessert

    Supermarkt

    • 3 dl volle melk
    • 6 dl slagroom
    • 450 gram roomboter (als je de taartbodems niet zelf bakt, heb je maar 180 gram nodig)
    • ganzenvet (poelier)
    • 3 eieren (alleen als je de broodjes en de taartbodems zelf bakt)
    • een klein blikje ingelegde ansjovisfilets of een tube ansjovispuree
    • 3 blikken tonijnstukjes op olie (uitlekgewicht per blik ±130 gram)
    • een klein potje kappertjes
    • eventueel een klein potje kapperappeltjes (voor de garnering van het voorgerecht)
    • 1 pot frisse mayonaise (minimaal 350 ml)
    • 8 dl kalfsfond (kant-en-klaar)
    • 500 gram witte bloem (geen patentbloem; koop broodmeel van iets hardere tarwe bij een bakker die zelf bakt of bij een natuurvoedingswinkel; alleen als je de dinerbroodjes zelf bakt)
    • 350 gram zachtere bloem (patentbloem of speciale bloem voor gebak; alleen als je taartbodems zelf bakt)
    • 2 zakjes droge gist (alleen als je de dinerbroodjes zelf bakt)
    • 200 gram poedersuiker (100 gram minder als je de taartbodems niet zelf bakt)
    • eventueel maanzaad en/of sesamzaad voor het bestrooien van de dinerbroodjes (alleen als je deze zelf bakt)
    • eventueel diepvriesmarjolein
    • 2 flessen smaakvolle droge witte wijn (beknibbel niet op de kwaliteit)
    • eventueel 20 zandtaartbodempjes met een doorsnede van 7 à 8 cm (goede banketbakker)
    • eventueel 20 witte dinerbroodjes (goede bakker)

    Check in de voorraadkast

    • zout
    • peper
    • extra vergine olijfolie
    • pure olijfolie
    • rode balsamicoazijn
    • 2 middelgrote zoetzure augurken
    • bouillonpoeder
    • een beetje suiker (alleen als je de dinerbroodjes zelf bakt)
    • 2 eetlepels witte basterdsuiker
    • kleine taartvormpjes (liefst met losse bodem) met een doorsnede van 7 à 8 cm (minimaal 6 stuks; alleen als je de taartbodems zelf bakt)

  • Werkschema-3
    Werkschema

    Werkschema

    2 dagen van tevoren:

    1. marineer de kalfsfricandeau voor de vitello tonnato; plaats afgedekt in de koelkast

    1 dag van tevoren 1e uur:

    1. bereid de kalfsfricandeau voor de vitello tonnato
    2. kneed het deeg voor de zandtaartgebakjes; laat het een uur afgedekt opstijven in de koelkast
    3. vet de taartvormpjes vast in

    2e uur:

    1. neem het vlees uit het kookvocht en laat het afgedekt afkoelen (na een kwartier kan het in de koelkast)
    2. laat het kookvocht inkoken
    3. rol het deeg voor de zandtaartgebakjes uit en vul de vormpjes met het deeg; laat het deeg afkoelen in de koelkast
    4. leg het overgebleven deeg ook in de koelkast
    5. verwarm de oven voor tot 180°C (conventionele oven) of 160°C (heteluchtoven)

    3e uur:

    1. bak de eerste portie zandtaartbodempjes; laat ze afkoelen op een rooster
    2. maak ondertussen de saus voor de vitello tonnato
    3. vul de tweede portie vormpjes voor de zandtaartbodempjes en laat ze in de koelkast afkoelen
    4. snijd de kalfsfricandeau voor de vitello tonnato

    4e uur:

    1. leg de plakjes kalfsfricandeau in de saus en plaats afgedekt in de koelkast om een dag te marineren
    2. bak de resterende zandtaartbodempjes; laat afkoelen en bewaar in een goed afgesloten trommel

    Eerste paasdag 4 uur van tevoren:

    1. kneed het deeg voor de dinerbroodjes en laat het rijzen
    2. zet de kalfssukade op en laat het vlees 2 à 3 uur stoven

    3 uur van tevoren:

    1. vorm de dinerbroodjes en laat ze weer rijzen
    2. bereid de vulling voor de gebakjes; bewaar de room en het fruit afgedekt in de koelkast
    3. als je daar de voorkeur aan geeft, kun je de gebakjes nu ook vullen en garneren; plaats ze dan afgedekt (liefst onder een stolp) in de koelkast

    2 uur van tevoren:

    1. verwarm de oven voor tot 200°C (heteluchtoven) of 220°C (conventionele oven)
    2. kook de krieltjes en bak ze; laat afkoelen en bewaar afgedekt in de koelkast
    3. neem de kalfssukade uit het kookvocht (als het klaar is; houd je anders eerst bezig met de tomaatjes en het tafeldekken) en snijd het vlees bij; bewaar afgedekt in de koelkast
    4. maak de saus voor de kalfssukade af (behalve de roomboter); bewaar afgedekt in de koelkast bak ondertussen de broodjes; laat afkoelen op een rooster

    1 uur van tevoren:

    1. bereid de cherrytomaatjes voor; plaats afgedekt in de koelkast
    2. dek de tafel feestelijk

    ½ uur van tevoren:

    1. zet de broodjes op tafel
    2. maak de borden op voor het voorgerecht en serveer
    3. verwarm de oven voor tot 175°C (voor de cherrytomaatjes)

    Na het voorgerecht:

    1. gaar de tomaatjes in de oven
    2. verwarm de krieltjes in een koekenpan met anti-aanbaklaag
    3. verwarm de saus voor de sukade en maak hem af met de roomboter
    4. braad de kalfssukade aan
    5. maak de borden op en serveer

    Na het hoofdgerecht:

    1. vul eventueel de zandtaartgebakjes en garneer ze met het fruit (nu de gebakjes opmaken heeft de voorkeur)
    2. zet koffie en thee voor bij het dessert
    3. maak de borden op of serveer de zandtaartgebakjes op een grote serveerschaal

    Tip:

    Plaats tijdig je bestellingen bij de slager, de groenteman en eventueel de bakker(s).

    Vrolijke paasdagen!